Het kabinet heeft een Nederlandse prioriteitenlijst met zeventien kritieke grondstoffen vastgesteld. De lijst dient de Nationale Grondstoffenstrategie, waarmee het kabinet de leveringszekerheid van kritieke grondstoffen en strategische (half)producten wil vergroten. Het gaat onder meer om lithium, kobalt, grafiet, wolfraam en zeldzame aardmetalen.

Met de Nationale Grondstoffenstrategie richt het kabinet zich op vijf sporen: het terugdringen van de vraag naar primaire grondstoffen door circulariteit, het versterken van Europese winning en verwerking, het diversifiëren van internationale toeleveringsketens, het verduurzamen van grondstoffenketens en het versterken van de Nederlandse kennispositie.
Naast de prioriteitenlijst kiest het kabinet voor een gerichte aanpak van drie strategische waardeketens: permanente magneten, batterijen en de defensie-industrie. Voor deze sectoren worden aanvullende maatregelen uitgewerkt om de beschikbaarheid van kritieke grondstoffen en strategische componenten beter te borgen.
In een Kamerbrief kondigt het kabinet aan dat Defensie onderzoekt of productie van batterijcellen in Nederland kan bijdragen aan een grotere strategische autonomie. Dat onderzoek maakt deel uit van de bredere inzet om de beschikbaarheid van strategische materialen en componenten voor de Nederlandse industrie en krijgsmacht te versterken.
Routekaarten voor circulaire maakindustrie
Als onderdeel van de uitvoering van de Nationale Grondstoffenstrategie zijn ook de routekaarten voor de circulaire maakindustrie opgenomen. Deze zijn het afgelopen jaar ontwikkeld door bedrijven, kennisinstellingen en overheden en beschrijven welke stappen nodig zijn om materialen en componenten langer te gebruiken, hergebruik te stimuleren en circulaire waardeketens op te bouwen.
Er zijn routekaarten voor onder andere klimaatinstallaties, elektrolysers, zonnestroomsystemen, wind op zee, batterijen en militaire schepen. Daarnaast is een routekaart opgesteld voor kritieke materialen. De routekaart voor de machinebouw is nog in ontwikkeling en wordt naar verwachting later dit jaar gepubliceerd.







