De Europese ‘right to repair’-richtlijn krijgt in Nederland concreet vorm: vanaf 2026 worden fabrikanten van onder meer smartphones, wasmachines en televisies verplicht om defecte producten ook ná de garantieperiode te repareren. Daarmee verschuift de verantwoordelijkheid in de levenscyclus van producten – met directe gevolgen voor ontwerp, supply chains en servicebusinessmodellen.

De kern van de nieuwe regelgeving is eenvoudig: gaat een product buiten de wettelijke garantie stuk, dan moet de fabrikant reparatie mogelijk maken tegen een redelijke vergoeding. Binnen de garantie blijft de verkoper verantwoordelijk voor kosteloze reparatie. Daarbuiten ontstaat een nieuwe verplichting richting de fabrikant, die hiermee een expliciete rol krijgt in de ‘aftermarket’.
De maatregel vloeit voort uit Europese regelgeving en moet leiden tot minder afval en een langere levensduur van producten.
Technische implicaties: design for repairability
Voor engineers betekent de reparatieplicht vooral één ding: repareerbaarheid wordt een ontwerpeis.
Fabrikanten worden verplicht om:
- reserveonderdelen beschikbaar te stellen
- reparaties niet te blokkeren via hardware- of softwarebeperkingen
- technische informatie toegankelijk te maken voor reparateurs
Dit raakt direct aan ontwerpkeuzes zoals:
- modulaire opbouw versus geïntegreerde systemen
- bevestigingstechnieken (lijm vs. schroefverbindingen)
- toegankelijkheid van kritische componenten (batterijen, displays, motoren)
De trend sluit aan bij bestaande ecodesign-eisen, maar gaat verder door ook softwarematige restricties – zoals pairing van onderdelen – ter discussie te stellen.
Impact op supply chains en spare parts management
Een minder zichtbare, maar ingrijpende verandering zit in de logistiek. Fabrikanten moeten onderdelen jarenlang beschikbaar houden, in sommige gevallen tot 5 à 10 jaar na verkoop.
Dat betekent:
- uitbreiding van spare parts-voorraden
- herontwerp van supply chains richting langere lifecycle support
- integratie van reverse logistics voor refurbishing en hergebruik
Voor OEM’s die gewend zijn aan korte productcycli en snelle innovatie, vraagt dit om een fundamenteel andere benadering van lifecycle management.
Nieuwe businessmodellen: van verkoop naar service
De reparatieplicht creëert tegelijk kansen. Volgens het kabinet kan een nieuwe reparatiemarkt ontstaan, waarin fabrikanten en derde partijen samenwerken.
Denk aan:
- service-as-a-business (repair contracts, extended lifecycle services)
- gecertificeerde reparatienetwerken
- digital platforms voor matching tussen consument en reparateur
Ook onafhankelijke reparateurs profiteren, doordat fabrikanten hen niet langer mogen uitsluiten via technische of contractuele barrières.
Spanningsveld: duurzaamheid versus efficiëntie
Hoewel de wet inzet op circulariteit, is de technische realiteit complexer. Reparatie is niet altijd energetisch of economisch optimaal. Oudere apparaten kunnen bijvoorbeeld minder energie-efficiënt zijn dan nieuwe modellen.
Voor engineers ontstaat daarmee een multidimensionale optimalisatie:
- levensduur versus energieverbruik
- repareerbaarheid versus compactheid
- kostprijs versus duurzaamheid
De ‘right to repair’ verschuift van juridische verplichting naar technische discipline. Wie daar vroeg op inspeelt, kan niet alleen voldoen aan regelgeving, maar ook concurrentievoordeel opbouwen in een circulaire economie.
⚠️ Geen vacatures gevonden.








De Right to Repair is weer een typisch EU regeltje. Voor een aantal producten zoals witgoed zijn de reparatie mogelijkheden en onderdeel bevoorrading al goed geregeld. voor andere producten zaols smartphones en tablets is dat anders. Reparatie van dit soort producten is zinloos vanwege de SW ondersteuning mede door de beperkingen van de verouderde HW. Je moet op een gegeven moment je smartphone toch vervangen.
Er is niemand die verplicht hoe snel de reparatie uitgevoerd moet worden. Dan kan je dus een half jaar gaan wachten voor je wasmachine gerepareerd wordt. Heb je allang een nieuwe gekocht en de fabrikant heeft echt zijn best gedaan. Wassen neus is dit weer. Ook is de prijs van reparatie vaak niet in verhouding tot een nieuw artikel, ik zie het nog niet hard inhoudelijk toepasbaar gaan zijn,
Goed plan dit! Ik werk bij een RepairCafe, dat is een groep vrijwilligers die defecte aparaten willen repareren. De grootste groep zijn stofzuigers, koffie apparaten en andere keuken apparatuur. Wat dan vaak blijkt is dat een machine alleen destructief te openen is (dus dichtgeklikt en nooit meer te openen). Daarnaast zijn onderdelen vaak niet gedocumenteerd of beschikbaar. Goed dat dit verplicht wordt!