Blijkbaar was een vliegend tapijt nog niet magisch genoeg, want vanaf deze week rijdt er een elektrische bus die zelfstandig waarneemt, beslist en stuurt rond bij de Efteling. Achter de ogenschijnlijk gewone pendeldienst zit een interessante combinatie van elektrische aandrijving, sensoren en autonome software. De acht weken durende pilot moet vooral duidelijk maken hoe die technologie zich houdt in het echte verkeer.

Wie bij de Efteling in Lijn 7 stapt, ziet op het eerste gezicht weinig bijzonders. Technisch gezien is het voertuig echter een stuk interessanter dan een conventionele stadsbus. De elektrische Karsan Autonomous e-ATAK beschikt namelijk over een autonoom rijsysteem van ADASTEC. De technologie wordt aangeduid als SAE Level 4, een niveau waarop een voertuig binnen vooraf bepaalde omstandigheden zelfstandig de volledige rijtaak kan uitvoeren.
Niet overal autonoom
Level 4 betekent niet dat de bus zonder beperkingen zelfstandig door heel Nederland zou kunnen rijden. Autonome voertuigen van dit niveau werken binnen een zogenoemd Operational Design Domain of ODD: een afgebakende verzameling omstandigheden waaronder het autonome systeem mag functioneren.
Bij de Efteling gaat het om een vaste route die deels over openbaar terrein en deels over eigen terrein loopt. Volgens het pretpark bevat het traject verkeerssituaties die afwijken van de eerdere Nederlandse inzet van de technologie in Rotterdam. Dutch Automated Mobility (DAM), dat verantwoordelijk is voor de implementatie, kan de opgedane data gebruiken om het systeem verder te ontwikkelen.
De bus moet binnen dat domein zelf zijn omgeving waarnemen, verkeerssituaties interpreteren en vervolgens beslissingen nemen over onder meer snelheid, remmen en sturen. Dat vraagt om veel meer dan alleen een voertuig dat een vooraf geprogrammeerde route volgt. De software moet voortdurend de digitale representatie van de route combineren met actuele informatie uit de omgeving.
Technische keten
Centraal staat het Automated Driving System (ADS). De e-ATAK vormt het elektrische voertuigplatform, terwijl het ADS de autonome rijfuncties verzorgt. Daarmee ontstaat in feite een technische keten van meerdere lagen. Het voertuig levert de elektrische aandrijving en de fysieke actuatoren voor sturen en remmen. Het ADS interpreteert de omgeving en bepaalt wat de bus moet doen. Een managementlaag daarboven maakt monitoring en beheer van de autonome operatie mogelijk.
De volledige ronde duurt ongeveer twintig minuten. Daarbij krijgt de bus te maken met echte weggebruikers en veranderende verkeerssituaties. Dat onderscheidt een praktijkproef op de openbare weg van demonstraties op een afgesloten terrein. Voor autonome systemen zijn juist de uitzonderingen interessant. Een normaal verkeersscenario is relatief goed te modelleren. Moeilijker zijn situaties waarin bijvoorbeeld een andere weggebruiker onverwacht handelt of een deel van de normale verkeersomgeving verandert. Het systeem moet dan nog steeds binnen veilige grenzen reageren. De RDW heeft de bus inmiddels uitgebreid getest en toestemming gegeven om op het betreffende traject te rijden.
De Efteling-pilot is volgens de betrokken partijen pas de tweede inzet van een zelfrijdende bus op de Nederlandse openbare weg. Een vergelijkbaar systeem rijdt al in Rotterdam. Dezelfde partijen achter de autonome technologie zijn bij beide projecten betrokken. De proef duurt ongeveer acht weken. Na afloop wordt bepaald of en hoe de dienst een vervolg krijgt.
Op zoek naar technisch talent?
Breng uw vacature onder de aandacht van technisch professionals via EngineersOnline.








Hebben ze dit jaren terug al niet getest op Schiphol? Vindt het dus niet zo’n artikel waard.