Wanneer dient een machine of samenstel van machines te worden voorzien van een noodstopcircuit en zijn er ook machines waarvoor dit misschien niet geldt?

Casus
Veel van onze nieuwe machines zijn voorzien van een eigen noodstopsysteem, maar we hebben ook oudere machines die alleen voorzien zijn van een start-stop systeem.
Binnen het bedrijf is er discussie ontstaan over de vraag of we de machines zonder noodstopsysteem alsnog van een noodstop moeten voorzien. Sommige collega’s geven aan dat een noodstop niet nodig is als de schade aan personen niet aanwezig is. Andere collega’s vinden dat elke machine moet beschikken over een noodstop, ook als ze geen schade aan personen kunnen veroorzaken. Ook als het gaat om machines die door ons bedrijf aan elkaar gekoppeld worden, is er nog al eens discussie over de noodzaak van het koppelen van de noodstopfunctie van de verschillende machines.
Vraag
Wanneer dient een machine of samenstel van machines te worden voorzien van een noodstopcircuit en zijn er ook machines waarvoor dit misschien niet geldt?
Antwoord
Voor machines die geleverd zijn na 1-1-1995 geldt de eis voor CE-markering conform de Europese Machinerichtlijn. De wettelijke eisen ten aanzien van de noodstopfunctie zijn, in de huidig geldende Machinerichtlijn 2006/42/EG, weergegeven Bijlage I en wel de artikelen 1.2.4.3 en 1.2.4.4.
Vanwege het feit dat de eisen genoemd in Bijlage I nog wel eens onduidelijk zijn en vragen kunnen opwerpen is er door de Europese Unie een gids voor de toepassing van Machinerichtlijn opgesteld.
Zie de volgende links:
- Link naar de Nederlandse gids voor de huidige Machinerichtlijn 2006/42/EG. Ga naar: https://www.technischeunie.nl/images/content/gids-machinerichtlijn-nl.pdf
- Link naar de actuele Engelstalige gids voor de huidige Machinerichtlijn 2006/42/EG. Ga naar: https://ec.europa.eu/docsroom/documents/60145
Voor het antwoord op bovenstaande vraag verdient het aanbeveling om zowel de eisen uit de Machinerichtlijn zelf alsook de eisen uit de gids te lezen.
Om die reden is hieronder de wettekst (groen) samen met de door de Europese Unie opgestelde uitleg (oranje) uit de ‘Gids voor de toepassing van Machinerichtlijn 2006/42/EG – 2 de uitgave – juni 2010’ weergegeven.
Bijlage I art. 1.2.4.3 Noodstop
Een machine moet zijn voorzien van één of meer noodstopinrichtingen waarmee reële of dreigende gevaarlijke situaties kunnen worden afgewend.
Dit geldt niet voor:
- machines waarbij het risico niet verminderd zou worden door de noodstopinrichting, hetzij omdat deze de normale tijd waarbinnen de machine stopt niet vermindert, hetzij omdat deze het niet mogelijk maakt de in verband met het risico vereiste bijzondere maatregelen te nemen,
- draagbare met de hand vastgehouden en/of met de hand geleide machines.
De inrichting moet:
- duidelijk herkenbare, goed zichtbare en snel bereikbare bedieningsorganen hebben,
- stopzetting van een gevaarlijk proces binnen de kortst mogelijke tijd bewerkstelligen zonder extra risico’s te scheppen,
- indien nodig, bepaalde veiligheidsbewegingen in gang zetten of mogelijk maken dat deze in gang worden gezet.
Wanneer de activering van de noodstopinrichting gevolgd door een stopbevel wordt
beëindigd, moet het stopbevel door inschakeling van de noodstopinrichting gehandhaafd blijven totdat deze speciaal wordt opgeheven; inschakeling van de inrichting zonder dat deze een stopbevel genereert, mag niet mogelijk zijn. Het uitschakelen van de inrichting mag alleen door een passende handeling kunnen geschieden en mag de machine niet in werking stellen, maar mag alleen het opnieuw in werking stellen mogelijk maken.
De noodstopfunctie moet te allen tijde beschikbaar en operationeel zijn, ongeacht de bedrijfsmodus.
Noodstopinrichtingen dienen ter ondersteuning van andere veiligheidsmaatregelen, niet ter vervanging ervan.
§202 Noodstopinrichtingen
Een noodstopinrichting bestaat uit een specifiek aan het besturingssysteem
gekoppeld bedieningsorgaan dat een stopopdracht geeft evenals de componenten of systemen die nodig zijn om de gevaarlijke functies of machines zo snel mogelijk te stoppen, zonder verdere risico’s te veroorzaken.
Het doel van noodstopinrichtingen is bedieners in staat te stellen de gevaarlijke
functies van machines zo snel mogelijk te stoppen indien er zich, ondanks de overige beschermingsmaatregelen die genomen zijn, een gevaarlijke situatie of gebeurtenis voordoet. Omdat de noodstopinrichting op zich geen bescherming biedt, benadrukt de laatste volzin van punt 1.2.4.3 dat het aanbrengen van een noodstopinrichting dient ter ondersteuning van andere veiligheidsmaatregelen zoals afschermingen en beveiligingsinrichtingen, niet ter vervanging ervan. Een noodstopinrichting kan bedieners echter in staat stellen te voorkomen dat een gevaarlijke situatie tot een ongeval lijdt of de ernst van de gevolgen van een ongeval te beperken. Een noodstopinrichting kan bedieners ook in staat stellen te voorkomen dat een machinestoring tot schade aan de machine leidt.
In de eerste alinea van punt 1.2.4.3 is de eis vervat dat machines als algemene regel
moeten worden uitgerust met één of meer noodstopinrichtingen. In de tweede alinea van punt 1.2.4.3 worden twee uitzonderingen op deze regel genoemd. De eerste uitzondering is als een noodstopinrichting in vergelijking met de normale
stopinrichting het risico niet zou verminderen. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als
het niet mogelijk is een aanzienlijk snellere stopzetting te realiseren dan met een
bedieningsorgaan voor normale stopzetting het geval is, zonder verdere risico’s te
scheppen, zoals bijvoorbeeld verlies van stabiliteit of het risico dat onderdelen van de machine defect raken. In gevallen waar er niet is voorzien in een noodstopinrichting moet de normale stopinrichting duidelijk herkenbaar, duidelijk zichtbaar en snel bereikbaar zijn zodat deze gebruikt kan worden om de machine in een noodgeval stop te zetten. De tweede uitzondering betreft draagbare met de hand vastgehouden en/of met de hand geleide machines – zie §278: toelichting bij punt 2.2.1.
In de derde en vierde alinea van punt 1.2.4.3 worden eisen beschreven voor het
ontwerp van noodstopinrichtingen:
- Ten eerste moeten de noodstopinrichtingen duidelijk herkenbaar en goed zichtbaar zijn. Dit is belangrijk omdat in een noodsituatie een reactie binnen een fractie van een seconde cruciaal kan zijn. Meestal zijn noodstopinrichtingen rood tegen een gele achtergrond.
- Ten tweede moeten noodstopinrichtingen snel bereikbaar zijn. Deze eis heeft gevolgen voor de keuze van het soort bedieningsorgaan, het aantal aan te brengen bedieningsorganen en de plek waar ze worden aangebracht.
Vaak zijn noodstopinrichtingen met de hand bediende paddenstoelvormige
knoppen. Als er echter een risico is dat het voor de bediener moeilijk kan zijn de
noodstopinrichting te bereiken, bijvoorbeeld omdat hij beide handen nodig heeft
voor iets anders, kan de voorkeur worden gegeven aan met de voet bediende
noodstopinrichtingen of beugels die men met een ander lichaamsdeel kan
bedienen.
Op machines waar de gevarenzones zich over een lange afstand uitstrekken,
zoals bijvoorbeeld op machines als transportbanden waar voortdurend producten
worden verplaatst, kunnen noodstopinrichtingen met een kabel of touw
geactiveerd worden.
Aangezien noodstopinrichtingen snel bereikbaar moeten zijn, moet bij het bepalen
van het aantal aan te brengen inrichtingen en de plaats ervan rekening worden
gehouden met de omvang en configuratie van de machine, het aantal bedieners,
de plaats van de gevarenzones en de plaats van de werkplekken en
onderhoudspunten. Het kan met name nodig zijn om binnen gevarenzones
waarop de bediener die de machine in werking stelt geen zicht heeft of in zones
van de machine waar personen opgesloten kunnen raken, noodstopinrichtingen
aan te brengen om blootgestelde personen in staat te stellen de inwerkingstelling
te voorkomen indien zij de gevarenzone niet tijdig kunnen verlaten – zie §195:
toelichting bij de zesde alinea van punt 1.2.2.
- In het tweede streepje van de derde alinea staat dat de noodstopinrichting stopzetting van het gevaarlijke proces binnen de kortst mogelijke tijd moet bewerkstelligen zonder extra risico’s te scheppen. De middelen om aan deze eis te voldoen hangen af van de kenmerken van de machine. In sommige gevallen kan worden volstaan met het onmiddellijk onderbreken van de energievoorziening van de aandrijvingen. Waar gecontroleerd stopzetten nodig is, kan de energievoorziening van de aandrijvingen tijdens het uitschakelproces ingeschakeld blijven en pas worden onderbroken nadat het gevaarlijke proces is stopgezet. In sommige gevallen kan het nodig zijn om, teneinde te voorkomen dat er extra risico’s ontstaan, de energievoorziening aan bepaalde componenten zelfs na het stopzetten ingeschakeld te laten, bijvoorbeeld om te voorkomen dat onderdelen van de machine vallen.
- Het derde streepje van de derde alinea verwijst naar gevallen waar er ook nog andere handelingen dan het stopzetten van de machine nodig kunnen zijn om de gevaarlijke situatie te voorkomen of weg te nemen. Het kan bijvoorbeeld na het stopzetten van de machine nodig zijn plaatsen waarin lichaamsdelen van de bediener vast of bekneld kunnen zitten, te openen of het openen ervan toe te staan. In die gevallen moet de noodstopinrichting zodanig ontworpen zijn dat dergelijke handelingen automatisch in gang worden gezet of dat het besturen van deze handelingen mogelijk wordt gemaakt. Waar dit om veiligheidsredenen nodig is, mogen bepaalde functies van de machine niet stopgezet worden (zoals bijvoorbeeld koelsystemen of stofafzuigingen).
De in de vierde alinea van punt 1.2.4.3 vervatte eis is erop gericht het risico van het
onbedoeld opnieuw in werking stellen van de machine na het activeren van de
noodstopinrichting te voorkomen. Aan deze eis kan worden voldaan door
noodstopinrichtingen aan te brengen die zichzelf in de ingeschakelde stand blokkeren en die alleen met een specifieke doelbewuste handeling kunnen worden
uitgeschakeld. Het uitschakelen van de inrichting mag de machine niet opnieuw in
werking stellen, maar mag alleen het opnieuw in werking stellen van de machine met het normale bedieningsorgaan voor het in werking stellen mogelijk maken – zie §199: toelichting bij punt 1.2.3.
De vijfde alinea van punt 1.2.4.3 bevat de eis dat de noodstopfunctie te allen tijde
beschikbaar en operationeel moet zijn, ongeacht de bedrijfsmodus – zie §204:
toelichting bij punt 1.2.5.
Specificaties voor noodstopinrichtingen zijn opgenomen in de norm EN ISO 13850.
Uit bovenstaand wettekst (groen) en de uitleg (oranje) wordt duidelijk dat in principe elke machine moet voorzien van een noodstopinrichting, met uitzondering van draagbare met de hand vastgehouden en/of met de hand geleide machines.
De noodzaak tot het koppelen van de noodstopinrichtingen van een samenstel van machines is hieronder weergegeven, waarbij ook de uitleg in de gids de mogelijkheid biedt van het segmenteren van de noodstopfunctie.
Bijlage I art. 1.2.4.4 Samengestelde machines
Machines of machinedelen die zijn ontworpen om in combinatie te functioneren, moeten zodanig zijn ontworpen en gebouwd dat de stopinrichtingen — met inbegrip van de noodstopinrichtingen — niet alleen de machine, maar tevens alle daarmee verbonden installaties kunnen stopzetten, indien het blijven functioneren daarvan gevaar kan opleveren.
§203 Stopinrichtingen voor samengestelde machines
De in punt 1.2.4.4 vervatte eis moet worden toegepast overeenkomstig de door de
fabrikant van een samengestelde machine uitgevoerde risicobeoordeling – zie §38:
toelichting bij het vierde streepje van artikel 2, lid a). De mogelijkheid dat een normale stopopdracht alleen een aantal van de verschillende eenheden waaruit een
samengestelde machine is samengesteld buiten werking stelt, zoals is toegestaan in punt 1.2.4.2, is niet van toepassing als het blijven functioneren van andere elementen van de machine aanleiding kan geven tot een gevaarlijke situatie. Tevens moeten de noodstopinrichtingen alle verbonden eenheden van de samengestelde machine uitschakelen indien dit belangrijk is om bedieners van één eenheid van een
samengestelde machine in een noodgeval in staat te stellen verbonden eenheden
van de machine buiten werking te stellen.
Als een samengestelde machine onderverdeeld is in verschillende zones die
bestuurd worden door verschillende normale stopinrichtingen en noodstopinrichtingen, moeten deze zones duidelijk worden aangegeven en moet
duidelijk worden aangegeven welke elementen van de samengestelde machine bij
welke zone horen. De raakvlakken tussen zones moeten zodanig worden ontworpen
dat het blijven functioneren van uitrusting in één zone geen aanleiding kan geven tot gevaarlijke situaties in andere zones die zijn stopgezet.
De hierboven weergegeven wetteksten en de bijbehorende uitleg geven nog geen concreet uitsluitsel of een noodstop alleen toegepast wordt voor menselijke schade of ook voor andere schades. De geharmoniseerde Europese norm voor veiligheidsfunctie geeft hierover uitsluitsel.
De Type B-norm EN-ISO 13850:2015; “Safety of machinery – Emergency stop function –Principles for design” benoemt het volgende ten aanzien van de bedoelde functie van de noodstopfunctie.
3.1 emergency stop (E-stop)
emergency stop function
function which is intended to
— avert arising or reduce existing hazards to persons, damage to machinery or to work in progress, and
— be initiated by a single human action.
In de bovenstaande uitleg van de EN-ISO 13850 wordt gemeld dat de noodstopfunctie bedoeld is om:
— opkomende of bestaande gevaren voor personen, en opkomende of bestaande schade aan de machine(s) of aan werk in uitvoering af te wenden resp. te verminderen, en
— door een enkele menselijke handeling te worden geactiveerd.
Eindconclusie
Het gaat dus niet alleen om schade aan personen, maar ook om schade aan de machine en schade aan werk in uitvoering. De nieuwe Verordening (EU) 2023/1230 betreffende machines voegt hier binnenkort ook nog milieuschade aan toe. Dit betekent dat ook wanneer alle gevarenzones bij normaal bedrijf volledig zijn afgeschermd en/of beveiligd en er geen schade aan personen kan ontstaan, er toch een noodstopfunctie op de machine noodzakelijk is.
Deze vraag is beantwoord door Nick de With van FUSACON B.V. website: https://www.fusacon.nl
Uitgelichte vacatures
- Technisch projectmanager (Haarlem)
Bedrijf: Akos - Engineer / Lead Engineer
Bedrijf: Polem







