R&D-uitgaven op koers voor forse achterstand

Als Nederland in 2030 wil voldoen aan de Europese norm van drie procent van het bbp voor onderzoek en ontwikkeling (R&D), is in de komende kabinetsperiode een extra investering van 14,9 miljard euro aan overheidszijde nodig. Dat blijkt uit een analyse van TNO in opdracht van het ministerie van Economische Zaken. Zonder beleidswijzigingen zakt het Nederlandse aandeel in R&D-uitgaven van 2,23 procent in 2023 naar ongeveer twee procent in 2030.

Foto: Matt Ridley | Unsplash

De Europese 3%-doelstelling is bedoeld om innovatie, economische groei en maatschappelijke vooruitgang aan te jagen. In Nederland komt momenteel twee derde van de R&D-financiering van bedrijven en een derde van de overheid. Toch is die publieke bijdrage cruciaal, stellen onderzoekers Jasper van Kempen en Hettie Boonman van TNO Vector: “Tal van studies hebben aangetoond dat hogere uitgaven aan R&D een multipliereffect hebben op de groei van je land. Het doel van de 3% is dat het een slinger geeft aan de economie, wat leidt tot nieuwe bedrijvigheid, werkgelegenheid en belastinginkomsten.”

Uit regressieanalyse blijkt dat een stijging van de publieke R&D-financiering met één procentpunt leidt tot 0,8 tot 0,9 procentpunt extra financiering vanuit het bedrijfsleven. Anders gezegd: overheidsbijdragen trekken private investeringen aan, in plaats van ze te vervangen.

Nationaal Groeifonds weg, kloof groeit

De directe aanleiding voor de verwachte daling in R&D-uitgaven is het stopzetten van het Nationaal Groeifonds. Volgens Van Kempen en Boonman is dit “de belangrijkste oorzaak van de daling die we zien in de financiering van R&D. Zodra de overheid minder bijdraagt, loopt ook de private financiering terug.” Bij ongewijzigd beleid groeit het gat tot de Europese norm op tot 12,8 miljard euro in 2030.

Op basis van historische financieringsverhoudingen tussen overheid, bedrijfsleven en overige bronnen (verhouding 1:2:0,4) komt TNO uit op een benodigde publieke bijdrage van 14,9 miljard euro in de periode 2026–2030. Bedrijven zouden in diezelfde periode 34,5 miljard euro extra moeten investeren om het resterende deel van het gat te vullen.

Nederland hinkt achterop

Terwijl landen als België, Duitsland en Denemarken de drieprocentsnorm al wél halen, blijft Nederland achter. Het Deense voorbeeld laat zien wat structurele investeringen kunnen opleveren: sinds 2010 reserveert de Deense overheid jaarlijks één procent van het bbp voor directe publieke R&D-financiering, wat op zijn beurt leidde tot groeiende private investeringen en het behalen van de 3%-doelstelling.

In tegenstelling tot de stabiele koers van deze landen wisselt het Nederlandse innovatiebeleid per kabinetsperiode. Weliswaar is Nederland goed in het snel opzetten van programma’s zoals Beethoven voor Brainport, maar lange termijnbeleid ontbreekt vaak. “Als een nieuw kabinet beter onderbouwd werk maakt van R&D-beleid en er 14,9 miljard euro extra in steekt, versterkt dat niet alleen onze economie, maar ook onze internationale innovatiepositie en concurrentiekracht”, aldus Boonman.

Dringend actieplan gewenst

Om het tij te keren, is volgens de onderzoekers consistent beleid nodig dat gericht is op de lange termijn. Extra publieke financiering zal volgens hen leiden tot meer private investeringen, maar alleen als het beleid ook stabiliteit en voorspelbaarheid biedt. Het recente actieplan van het ministerie van Economische Zaken is wat dat betreft een stap in de goede richting, maar om daadwerkelijk impact te maken moet er structureel worden geïnvesteerd.

Zoals TNO stelt in haar rapport: ‘Publieke financiering is geen vervanging van private financiering, maar wakkert die juist aan.’ Alleen met een stevige publieke impuls en een doordachte strategie kan Nederland weer aansluiting vinden bij het Europese gemiddelde.

Lees hieronder het complete rapport.

Uitgelichte vacatures

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *