‘Elektrificatie kan uitstoot van vervoer, bouw en industrie in 2050 met 60% verminderen’

Geplaatst op 12 februari 2020 om 14:32 uur
‘Elektrificatie kan uitstoot van vervoer, bouw en industrie in 2050 met 60% verminderen’
Elektrificatie van de transport-, bouw- en industriële sectoren in Europa zou de uitstoot van broeikasgassen tussen 2020 en 2050 met 60 procent kunnen verminderen. Dat stelt onderzoeksbureau Bloomberg.

Een ‘revolutie in het gebruik van energie' door deze drie sectoren is haalbaar in de komende 30 jaar en heeft een sterke vermindering van de CO2-uitstoot als gevolg. Het rapport Sector Coupling in Europe: Powering Decarbonization, geschreven in samenwerking met Eaton en Statkraft, schetst de mogelijkheden voor elektrificatie, en houdt daarbij rekening met huidige beleidsvorming in landen als Nederland, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk.


Bloomberg suggereert een mix van directe en indirecte veranderingen. Een directe verandering is bijvoorbeeld een toename van het aantal elektrische voertuigen in de transportsector. Of elektrische verwarmingssystemen in de industrie. Een indirecte verandering is bijvoorbeeld de overstap naar ‘groene waterstof' als brandstof.


Victoria Cuming, head of global policy analysis bij Bloomberg: "Regeringen moeten stimuleringsmaatregelen en wetgeving invoeren om de uitstoot van warmte in gebouwen te verminderen, projecten voor elektrificatie te ondersteunen en belemmeringen voor de productie van groene waterstof weg te nemen. Ook moeten ze in kaart brengen hoe ze de consumenten en maatschappij erbij kunnen betrekken, aangezien juist zij een cruciale rol moeten spelen om de elektrificatie van deze nieuwe sectoren mogelijk te maken".

 

Elektriciteitsnet

In het rapport wordt geschat dat het elektriciteitsnet in 2050 zo'n 75 procent meer opwekkingscapaciteit nodig zou kunnen hebben, in vergelijking met wat er nodig zou zijn zonder sector coupling, waarbij goedkope wind- en zonne-energiecentrales het grootste deel voor hun rekening nemen. Het net zou ook flexibeler moeten zijn om de verschillende patronen in energieverbruik van verwarming en transport te ondervangen. Tegelijkertijd zouden de nieuwe geëlektrificeerde sectoren bronnen voor deze ‘flexibiliteit' kunnen creëren, bijvoorbeeld door hun verbruikspatronen te wijzigen. Daarvoor moeten dan wel het juiste beleid en de juiste technologieën voorhanden zijn: op dit moment raakt het Nederlandse elektriciteitsnet al overbelast door nieuwe wind- en zonne-energieparken.


Zo'n elektrificatietraject zou ervoor kunnen zorgen dat elektriciteit (direct en indirect) 60 procent van de eindvraag naar energie van de transport-, bouw- en industriesector voor zijn rekening neemt. Dat is nu nog maar 10 procent. Dit betekent niet dat deze sectoren dan volledig vrij van koolstof zijn. Dat komt mede door verschillende activiteiten binnen deze sectoren die zwaar op fossiele brandstoffen leunen, zoals de luchtvaart, de scheepvaart, het langeafstandsvervoer over de weg en industriële hogetemperatuurprocessen voor de vervaardiging van bijvoorbeeld cement en staal. Bovendien duurt het zeer lang om deze onderdelen te verduurzamen of vervangen.

 

Verdere ambities

Om de uitstoot verder tot nul terug te dringen zouden regeringen een ambitieuzer beleid moeten voeren om ‘sector coupling' te versnellen en andere technologieën op de markt te brengen, zoals het afvangen, gebruiken en opslaan van koolstof (carbon capture, use and storage, CCUS). Ook zouden ze de landbouw en het landgebruik moeten aanpakken.


De toenemende vraag naar energie moet worden opgevangen met schone energiebronnen, voor zover dat mogelijk is. Op die manier worden de klimaatvoordelen van sector coupling gemaximaliseerd. Cheung: "Het is van cruciaal belang dat overheden en regelgevers een omgeving creëren die het voor ontwikkelaars van wind- en zonne-energie interessant maakt om in te stappen. Dat kan door te anticiperen op een rendement dat hoge investeringen rechtvaardigt."


Cyrille Brisson, vice president, sales, service en marketing bij Eaton: "Deze studie toont aan dat we onze regelgeving én de markt moeten aanpassen, om zo de energietransitie te versnellen en de toename van broeikasgassen in de atmosfeer te stoppen. Hoewel de essentiële hervorming van de regulering van het net door heel Europa vordert, hebben we nog veel werk voor de boeg als we het goede voorbeeld willen volgen en innovatie verder willen stimuleren. Dit zie je met name wanneer het gaat om marktstructuren die de flexibiliteit stimuleren die nodig is om de uitdaging van de wisselvalligheid van duurzame bronnen aan te gaan".


Als het tijdspad verloopt zoals beschreven in het rapport, ervan uitgaande dat de bovengenoemde uitdagingen worden aangepakt, daalt de totale uitstoot van elektriciteit, vervoer, gebouwen en industrie tussen 2020 en 2050 volgens de cijfers met 68 procent. Wanneer alleen gekeken wordt naar de transport- bouw- en industriesectoren, is die daling 60 procent.

 
© Engineersonline.nl