Waarom nemen ervaren medewerkers soms bewust risico’s, terwijl ze de gevaren goed kennen? In zijn blog op HSE Actueel gaat Peter Booster in op het verschijnsel cognitieve dissonantie. Hij legt uit hoe ons brein onveilig gedrag kan rechtvaardigen en waarom ook slimme en ervaren mensen soms tóch onveilig werken.

Bij arbeidsveiligheid wordt vaak gekeken naar procedures, instructies, gedrag en techniek. Maar aan veel onveilig gedrag ligt een psychologisch mechanisme ten grondslag dat veel minder zichtbaar is: cognitieve dissonantie.
Het klinkt misschien ingewikkeld, maar iedereen kent het verschijnsel. Cognitieve dissonantie ontstaat wanneer iemands gedrag niet overeenkomt met wat hij weet, vindt of gelooft. Dat veroorzaakt spanning. Mensen proberen die spanning vervolgens weg te nemen. Dat gebeurt echter niet altijd door het gedrag aan te passen. Vaak wordt juist de redenering aangepast. En precies daar kan schijnveiligheid ontstaan.
Neem een monteur die weet dat hij volgens de procedure spanningloos moet werken. Tegelijkertijd staat de productie onder druk en moet de klus snel worden afgerond. Hij besluit toch om “even snel” iets onder spanning te doen.
In zijn hoofd ontstaat een conflict: “Ik weet dat dit gevaarlijk is” en “Toch doe ik het.” Die spanning voelt ongemakkelijk. Het brein gaat daarom op zoek naar argumenten om het gedrag te rechtvaardigen: “Ik doe dit al twintig jaar.” “Het is maar twee seconden werk.” “Anderen doen het ook.” “De kans dat er iets gebeurt is klein.”
Op dat moment verandert niet de situatie, maar de manier waarop iemand die situatie beleeft. Dat is cognitieve dissonantie.
Lees verder op HSE Actueel: https://www.hseactueel.nl/blogs/cognitieve-dissonantie-op-de-werkvloer/







