Dutch Design

Het eerste doel bij mijn jaarlijkse bezoek aan de Dutch Design Week is de Eindhovense Witte Dame. In dit voormalige Philipsgebouw wordt het werk geëxposeerd van de bachelors en masters van de Design Academy. Daar is direct duidelijk waarom Dutch Design internationaal zo hoog staat aangeslagen.

Slimme, praktische en mooi uitgevoerde ontwerpen worden er vakkundig en enthousiast gepresenteerd door de bedenkers. En de publieke belangstelling voor de telkens groter wordende expositie is enorm. Bezoekers van allerlei pluimage, van schoolkinderen tot wat excentrieke senioren: iedereen vergaapt zich aan het buitengewoon gevarieerde aanbod. Want design is ‘in’.

Ik kan me dat enthousiasme van die afstudeerders goed voorstellen. Natuurlijk herinner ik mij de euforie tijdens mijn studie (elektronica uiteraard); na het in puberogen zinloze getob op de middelbare school blijkt ineens dat alles kan en niets onmogelijk is. Een wereld gaat voor je open en met jouw intelligente ideeën en ontwerpen kun je daar een nuttige bijdrage aan leveren. Bij de Eindhovense design-graduates wordt dat euforische gevoel natuurlijk nog versterkt door de warme belangstelling van massa’s mensen.

Dat gevoel wens ik iedereen toe die aan het begin staat van zijn carrière. Of beter nog, aan iedereen die voor de keuze staat om te beginnen aan het begin van zijn carrière: dus iedereen die een studiekeuze moet maken. De zogenoemde creatieve studies hebben daar een voorsprong. Door evenementen als de Design Week en ook bij de presentaties van kunst- en modeacademies slaat het vonkje allicht wat sneller over. Helaas blijkt dat bij de meeste bètastudies een stuk moeilijker. Terwijl het toch eigenlijk, net als bijvoorbeeld op de Design Academy of op de Modeacademie, gaat om een evenwichtige combinatie van creativiteit en techniek.

In aanleg is de belangstelling er wel: iedere jongere kan omgaan met iPad en smartphone, sommigen vinden het zelfs leuk om er apps voor te schrijven. Dan zou het toch helemaal vet cool moeten zijn om zelf zo’n toestel te kunnen verzinnen, ontwerpen, produceren, programmeren? Ooit was ik te gast bij een grote meetinstrumentenfabriek in Schotland, waar ze de plaatselijke winkelmeisjes hadden geleerd om een complex instrument te assembleren – niet aan de lopende band, maar helemaal van begin tot eind. Apetrots waren die meiden, en terecht. Ben je dan een nerd? Who cares, Victor & Rolf zijn dat ook.

Kennelijk slagen we er onvoldoende in om de vlam over te dragen, getuige het nijpend tekort aan technisch geschoold personeel en de geringe instroom in technische opleidingen. Misschien moeten we de technische bachelors en masters ook een groot, landelijk podium aanbieden voor de presentatie van hun werk. Zodat ook aspirant-studenten geïnspireerd kunnen raken tot het leveren van een bijdrage aan Dutch Design.

Henk de Vries