NEN 3140+A2:2018: andere visie op het inspectiebeleid elektrische installaties

Geplaatst op 30 april 2019 om 16:17 uur
NEN 3140+A2:2018: andere visie op het inspectiebeleid elektrische installaties
NEN 3140+A2:2018 is nu drie maanden van kracht. De gewijzigde benadering van de inspecties van bestaande elektrische installaties kan een reden zijn voor de installatie- verantwoordelijke om zijn inspectiebeleid te herzien.

In 5.3.3.1.101 van NEN 3140+A1: 2015 staat een bepaling die stevig in het gedachtengoed van elektrotechnisch Nederland is verankerd: 'Bij inspectie moet ten minste worden uitgegaan van de veiligheidsbepalingen die van kracht waren bij de aanleg van de installatie'.

 

De installatieverantwoordelijke moest dus bepalen welke versie van NEN 1010 (en andere normen, zoals NEN-EN-IEC 60204 en NEN-EN-IEC 61439) hij voor welk installatiedeel moest toepassen. Voor de inspecteur was deze informatie een voorwaarde voor het correct uitvoeren van de inspecties van bestaande elektrische installaties.

 

Rechtens verkregen niveau

De regeling dat geïnspecteerd wordt volgens de versie van NEN 1010 die gold ten tijde van aanleg is gebaseerd op artikel 1.12 uit het Bouwbesluit: 'Op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een installatie is wat betreft hoofdstuk 6 het rechtens verkregen niveau van toepassing'. Het rechtens verkregen niveau betekent: de versie van NEN 1010 toepassen die gold ten tijde van aanleg van die installatie, plus het toepassen van de versie die van kracht was bij een grote renovatie of ombouw van die installatie. Logischerwijs werd die gedachtegang ook gebruikt voor het bepalen van de versie van NEN 1010 voor het uitvoeren van de inspecties van bestaande elektrische installaties conform NEN 3140.

 

Huidige veiligheidseisen

Bepaling 5.3.3.1.101 van NEN 3140+A2:2018 is nu als volgt geformuleerd: bij de inspectie moet worden beoordeeld of onderhoud, veiligstellen voor elektrotechnische werkzaamheden en voor niet-elektrotechnische werkzaamheden mogelijk is volgens de huidige veiligheidseisen. Bepaling 5.101.4 voegt daaraantoe dat de installatieverantwoordelijke het veiligheidsniveau bepaalt waarop wordt getoetst. Bij gebruik van NEN 1010 moet de installatieverantwoordelijke de versie van NEN 1010 kiezen (daar waar mogelijk de actuele versie).

 

De installatieverantwoordelijke is de persoon die de elektrotechnische risico's moet beheersen. Daarbij heeft hij met Arbowet en Arbobesluit te maken. De Arbowet geeft aan dat het veiligheidsbeleid aan de laatste stand van de wetenschap moet voldoen.

 

Arbowet en Arbobesluit

Artikel 4.3.109 van NEN 3140+A2:2018 vermeldt dat de installatieverantwoordelijke bij alle geconstateerde afwijkingen op basis van een risicobeoordeling maatregelen en een passend termijn bepaalt. In NEN 3140+A2:2018 is de link met Arbowet en Arbobesluit versterkt. In F.2 staat bijvoorbeeld dat de IV moet beoordelen of inspectieresultaten invloed hebben op de RI&E of het bijbehorende plan van aanpak.

 

Wie de installatieverantwoordelijke is, wat hij doet en welke opleidingseisen worden gesteld, is bij de meeste gebruikers van NEN 3140 bekend. Nieuw is de opmerking in 3.2.1: de installatieverantwoordelijke kan de eigenaar, de werkgever, de verhuurder of een gedelegeerde persoon zijn. Is er geen installatieverantwoordelijke aangewezen? In dat geval wordt de werkgever als installatieverantwoordelijke aangemerkt. Hij of zij moet deskundigen inschakelen om tot een deugdelijk inspectiebeleid te komen.

 
© Engineersonline.nl