Proefschrift over ‘Power Quality’ geeft nuttige aanbevelingen

Er is in toenemende mate belangstelling voor de kwaliteit van de netspanning. Echter, er is onvoldoende inzicht in de huidige kwaliteit. Dat komt doordat de landelijke meetcampagnes die de energiebedrijven uitvoeren, slechts globale gegevens opleveren. Er zal meer specifiek moeten worden gemeten en de verkregen gegevens moeten sneller en beter worden gepresenteerd. Een methode hiervoor is gepresenteerd door Sjef Cobben in zijn proefschrift ‘Power Quality’, Implications at the Point of Connection.

Op 12 juni 2007 promoveerde Cobben aan de faculteit Elektrotechniek van de TU Eindhoven. Zijn proefschrift beschrijft de zogeheten ABCDEF-classificatiemethode. Hiermee is het mogelijk direct zichtbaar te maken wat de kwaliteit van de spanning is, tussen de waarden ‘zeer hoge kwaliteit’  tot ‘ zeer slechte kwaliteit’. De ABCDEF-methode geeft ook een classificatie voor spanningsdips. Deze dips worden sinds 2005 gemeten in het Nederlandse hoogspanningsnet. Dankzij het proefschrift is nu ook bekend wat het gemiddelde aantal dips in midden- en laagspanningsnetten is, ten aanzien van diepte en tijdsduur. Hiermee kunnen voorwaarden worden opgesteld waaraan de netbeheerders moeten voldoen, via de zogeheten ‘Netcode’. Er is verder behoefte om aanvullende voorwaarden in de Netcode op te nemen voor harmonischen en flikker. Cobben heeft hiervoor een voorstel opgesteld, gebaseerd op de aansluitwaarde van de verbruiker en de netimpedantie.

Korte kabels 

In zijn proefschrift toont Cobben verder aan dat het in de Nederlandse situatie mogelijk is om zonder aanvullende regelingen decentrale opwekkers toe te passen tot 70% van het transformatorvermogen. Dit is vooral te danken aan de relatief korte lengte van de kabels in de netten, waardoor de spanningsvariaties beperkt blijven.

Cobben stelt vast dat het met de problematiek van de harmonische vervorming van de netspanning wel meevalt. De harmonische vervorming doet zich vooral voor op plaatsen waar veel opwekkers (bijvoorbeeld windmolens of fotovoltaïsche panelen) via inverters met het net zijn gekoppeld. In extreme gevallen kan dit zelfs leiden tot afschakeling van die opwekkers. Cobben heeft ontdekt dat dit vaak gebeurt als gevolg van oscillaties. Die kunnen optreden door te hoge capaciteit van de toestellen. Om dit inzichtelijk te maken heeft hij een zogeheten ‘harmonische vingerafdruk’ voor toestellen ontwikkeld.

 Beproefd

Cobben heeft zijn theoretische voorstellen in de praktijk beproefd door metingen in het vakantiepark ‘Bronsbergen’ bij Zutphen. Hier is grootschalig decentraal vermogen in de vorm van fotovoltaïsche panelen opgesteld. Hij stelt naar aanleiding van zijn metingen, dat het wenselijk is om decentrale opwekkers te ontwikkelen die de kwaliteit van de spanning niet verslechteren maar juist verbeteren.

Wie interesse in het proefschrift heeft kan contact opnemen met dr. ir. J.F.G. Cobben via j.f.g.cobben@chello.nl.