Is een CE-markering ook nodig voor een prototype van een machine?

Is een CE-markering ook nodig voor een prototype van een machine, die aan een klant wordt geleverd voor de uitvoering van testen door de klant?

Casus

Wij zijn een machinebouwer van enkel stuks machines, die door onze klant voor de definitieve ingebruikname uitvoerig worden getest. Het komt voor dat we één of meerdere prototypes maken voordat het leidt tot een machine die voldoet aan de klanteisen.

Een prototype machine wordt dan door ons bij de klant op locatie geïnstalleerd en in bedrijf gesteld en de klant gaat hierna de machine uittesten.

Binnen ons bedrijf zijn er collega’s die van mening zijn dat een prototype dat aan de klant wordt overgedragen een CE-markering dient te hebben. Andere collega’s hebben de overtuiging dat de CE-markering pas aangebracht dient te worden zodra de klant de machine definitief heeft geaccepteerd en er echt mee gaat produceren. Daarom onderstaande vraag.

Vraag

Is een CE-markering ook nodig voor een prototype van een machine, die aan een klant wordt geleverd voor de uitvoering van testen door de klant?

Antwoord

Uw vraag gaat eigenlijk over de vraag op welk moment een fabrikant de verplichting heeft om een machine te voorzien van de CE-markering. Dus op welk moment wordt de machine ‘in de handel gebracht’ en dient de fabrikant middels de CE-markering en EU Conformiteitsverklaring aan te geven dat de machine voldoet aan de geldende EU-wetgeving en de stand der techniek (lees: EN-normen).

In de nieuwe Verordening (EU) 2023/1230 betreffende machines wordt in artikel 3 de volgende definitie gehanteerd voor ‘in de handel brengen’.

12) ‘in de handel brengen’: het voor het eerst in de Unie op de markt aanbieden van een product dat binnen het toepassingsgebied van deze verordening valt;

In de handel brengen is dus het voor het eerst in de EU ‘op de markt aanbieden’. Machineverordening artikel 3 geeft de volgende definitie hiervoor.

11) ‘op de markt aanbieden’: het in het kader van een handelsactiviteit, al dan niet tegen betaling, verstrekken van een product dat binnen het toepassingsgebied van deze verordening valt, met het oog op distributie of gebruik op de markt van de Unie;

Met andere woorden: in de handel brengen is het verstrekken van een machine aan een distributeur of gebruiker in één van de landen van de EU.

U beschrijft dat een prototype door uw bedrijf bij de klant wordt neergezet en dat uw bedrijf de machine dan in bedrijf stelt en dat de klant er (productie)testen mee gaat uitvoeren. Het kan voorkomen dat het eerste prototype niet aan de wensen voldoet en weer wordt ingenomen door uw bedrijf en er een tweede of derde prototype wordt ontwikkeld.

Machineverordening artikel 3 geeft ook een definitie voor ‘inbedrijfstelling”’en die luidt als volgt:

13) ‘inbedrijfstelling’: eerste gebruik in de Unie van machines of verwante producten overeenkomstig het gebruiksdoel;

Je zou kunnen zeggen dat de klant het prototype niet echt gebruikt, maar alleen test en dat hij daarmee wil bepalen of het prototype aan zijn verwachtingen voldoet.

Er is op dit moment nog geen gids voor de nieuwe Machineverordening beschikbaar, zodat we voor meer informatie te raden kunnen gaan bij de ‘Gids voor de toepassing van Machinerichtlijn 2006/42/EG – 2de uitgave – juni 2010’. Zie de link: https://www.technischeunie.nl/images/content/gids-machinerichtlijn-nl.pdf

Deze gids geeft in uitleg ‘§73 Het stadium waarin de machinerichtlijn van toepassing is op machines’ en in uitleg ‘§74 De juridische en contractuele vormen van in de handel brengen’ een duidelijk beeld van wanneer de fabrkant de machine in de handel brengt. Beide verklaringen zijn hieronder integraal weergegeven.

§73 Het stadium waarin de machinerichtlijn van toepassing is op machines
De definitie van ‘in de handel brengen’ bepaalt samen met de definitie van ‘inbedrijfstelling’ van artikel 2, onder k), het stadium waarin machines moeten voldoen aan de desbetreffende bepalingen van de richtlijn. De fabrikant of diens gemachtigde moeten hebben voldaan aan al hun verplichtingen met betrekking tot de overeenstemming van machines wanneer deze in de handel worden gebracht of in bedrijf worden gesteld – zie §103: toelichting bij artikel 5.

Het in de handel brengen heeft betrekking op elke afzonderlijke machine of onvoltooide machine en niet op een model of type. De desbetreffende bepalingen van Richtlijn 2006/42/EG zijn daarom per 29 december 2009 van toepassing op alle in de handel gebrachte machines of niet voltooide machines – zie §153: toelichting bij artikel 26.

De machinerichtlijn is niet van toepassing op machines voordat zij in de handel worden gebracht of in bedrijf worden gesteld. Met name worden machines die de fabrikant aan zijn gemachtigde in de EU overdraagt om te voldoen aan alle of een deel van de verplichtingen van artikel 5, pas beschouwd als in de handel gebracht wanneer zij ter beschikking worden gesteld met het oog op de distributie of het gebruik ervan – zie §84 en §85: toelichting bij artikel 2, onder j). Hetzelfde geldt voor machines die nog in aanbouw zijn en die de fabrikant met het oog op voltooiing overbrengt van productie-installaties buiten de EU naar productie-installaties binnen de EU.

Het kan nodig zijn dat de fabrikant de machines of onderdelen daarvan in werking stelt of beproeft tijdens de bouw, samenstelling, montage of instantie daarvan voordat hij de machines in de handel brengt of in bedrijf stelt. In dat geval moet hij de nodige maatregelen nemen ter bescherming van de veiligheid en gezondheid van bedieners en andere tijdens de uitvoering van dergelijke bedieningen blootgestelde personen (overeenkomstig de nationale regelgeving inzake veiligheid en gezondheid op de werkplaats en inzake het gebruik van arbeidsmiddelen ter uitvoering van Richtlijn 89/391/EEG en Richtlijn 2009/104/EG – zie §140: toelichting bij artikel 15. De betrokken machines moeten evenwel pas voldoen aan de machinerichtlijn wanneer zij in de handel worden gebracht of in bedrijf worden gesteld.

Er gelden bijzondere voorschriften voor machines op jaarbeurzen, op tentoonstellingen en bij demonstraties – zie §108: toelichting bij artikel 6, lid 3.

§ 74 De juridische en contractuele vormen van in de handel brengen
Het in de handel brengen is gedefinieerd als het ter beschikking stellen van een machine met het oog op de distributie of het gebruik ervan. Het ter beschikking stellen houdt in dat de machines worden overgedragen van de fabrikant aan een ander, zoals een distributeur of een gebruiker. Er zijn echter geen beperkingen ten aanzien van de juridische of contractuele vorm van die overdracht.

In veel gevallen impliceert het in de handel brengen een eigendomsoverdracht van de machines van de fabrikant aan de distributeur of de gebruiker in ruil voor betaling (bijvoorbeeld verkoop of huurkoop).

In andere gevallen kan het in de handel brengen andere contractuele vormen aannemen (bijvoorbeeld een lease- of huurovereenkomst). In dergelijke gevallen wordt het gebruiksrecht van de machines verleend in ruil voor betaling, zonder dat er sprake is van eigendomsoverdracht. De machinerichtlijn is van toepassing op een dergelijke machine wanneer de machine eerst onderworpen is aan een lease- of huurovereenkomst in de EU. De machinerichtlijn is niet van toepassing op gebruikte machines die in de handel zijn gebracht volgens de machinerichtlijn en vervolgens worden onderworpen aan lease- of huurovereenkomsten in de EU. Huur- of leaseovereenkomsten voor gebruikte machines kunnen onderworpen zijn aan nationale regelgeving – zie §140: toelichting bij artikel 15.

Machines worden ook beschouwd als in de handel gebracht als zij gratis ter beschikking worden gesteld voor distributie of gebruik (bijvoorbeeld als gift of lening).

Conclusie

Als je kijkt naar uitleg 73 valt duidelijk te lezen dat het nodig kan zijn dat de fabrikant de machines of onderdelen daarvan in werking stelt of beproeft tijdens de bouw, samenstelling, montage of instantie daarvan voordat hij de machines in de handel brengt of in bedrijf stelt. In dat geval moet hij de nodige maatregelen nemen ter bescherming van de veiligheid en gezondheid van bedieners en andere blootgestelde personen conform de Europese Arbeidsmiddelenrichtijn 2009/104/EG, die in Nederland is opgenomen de Arbeidsomstandighedenwet. De betrokken machines moeten evenwel pas voldoen aan de Machinerichtlijn (of Machineverordening) wanneer zij in de handel worden gebracht of in bedrijf worden gesteld.

Kortom, in de testfase bij de fabrikant zelf is nog geen CE-markering noodzakelijk.

Het wordt echter duidelijk anders wanneer de fabrikant de machine overdraagt aan een ander, zoals weergegeven in uitleg 74. Hier wordt duidelijk gezegd dat het ‘in de handel brengen’ geldt wanneer de machines worden overgedragen van de fabrikant aan een ander, zoals een distributeur of een gebruiker. Er zijn echter geen beperkingen ten aanzien van de juridische of contractuele vorm van die overdracht.

Je kunt dus uiteindelijk wel stellen dat een prototype dat door de fabrikant wordt overgedragen aan een gebruiker en dat als de gebruiker het prototype in bedrijf stelt er sprake is van ‘in de handel brengen’. Het prototype zal dan, voor overdracht aan de gebruiker, door de fabrikant van een CE-markering dienen te worden voorzien en het prototype dient aan de bepalingen van de geldende EU-wetgeving en de geldende EN-normen te voldoen.

Deze vraag is beantwoord door FUSACON B.V. website: https://www.fusacon.nl

Uitgelichte vacatures

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Reacties (2)

  1. De bedoeling van deze “prototypes” is om de door de klant gewenste machine te ontwikkelen.

    Om een correct antwoord op deze vraag te kunnen geven, is het belangrijk om het begrip “prototype” te definiëren.

    Een mogelijke definitie van het begrip “prototype” van een machine is een samenstel van delen om de functionaliteit van het idee voor deze machine te kunnen testen.
    Uitgaande van deze definitie betekent datenkel de functionaliteit van de machine getest wordt. Aandacht voor andere zaken zoals veiligheid, ergonomie, duurzaamheid, etc. zal wellicht geheel ontbreken.

    Als zulk een prototype wordt overgedragen is er sprake van een onvoltooide machine, dus geen CE.
    Wel een inbouwverklaring en op deze inbouwverklaring dient vermeld te worden dat deze onvoltooide machine niet bestemd is om te worden opgenomen in een andere machine of een samenstel.

    Als met “prototype” een onvoltooide machine wordt bedoeld, en dit prototype wordt overgedragen aan de klant (in de handel gebracht) is er sprake van een onvoltooide machine (II.1.B) en dus geen CE.
    Wel kan deze onvoltooide machine in een andere machine of samenstel worden ingebouwd, volgens de inbouwinstructie.

    Als met “prototype” een voltooide machine wordt bedoeld, en dit prototype wordt overgedragen aan de klant (in de handel gebracht) is er sprake van een voltooide machine (II.1.A) en dus geen CE.

  2. In de redenering hierboven wordt gesteld dat het er CE op een machine moet zitten die bij een klant in test is, terwijl overduidelijk de machine nog niet afgebouwd is. En dat de overdracht daarin de doorslaggevende stap is. En dat dit ‘in de handel brengen’ dus de trigger is waarom er toch een CE op de machine moet.
    Mijn visie hierop is dat zolang er geen productie mee gedaan wordt, de fabrikant de maatregelen voorschrijft ter veiligheid van het testen door de klant – op basis van de arbeidsomstandighedenwet, de machine terugkomt na de testfase ter afbouw en afronding van aan de conformiteitseisen van de Machinerichtlijn, en eigenaar blijft van de fabrikant – en dit alles juridisch wordt geborgd in de overeenkomt met de klant, de EG-Verklaring van Overeenstemming en de CE-markering pas op het moment van levering er dient te zijn.
    Immers, het is ook zo dat deze slechts eenmalig uitgegeven worden door de fabrikant. Te weten: op het moment van in de handel brengen. Slechts na een substantiële wijziging vervalt de oorspronkelijke CE en conformiteitsverklaring. Kortom, oneens met deze conclusie van de auteur.